Van abstracte AI naar toepasbare innovatie voor het Groningse MKB, wat kan de nieuwe AI-fabriek betekenen?
Gebaseerd op gesprekken met Bas Baalmans (RUG, GDBC & Samenwerking Noord) en Fred Hassert (Voorzitter Samenwerking Noord).
In de komende jaren krijgt Noord-Nederland er een belangrijke digitale speler bij: de AI-fabriek in Groningen. Deze infrastructuur is bedoeld als centrale hub voor samenwerking tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen op het terrein van kunstmatige intelligentie, digitalisering en rekencapaciteit. Maar wat betekent zo’n Europese AI-faciliteit concreet voor het Groningse MKB? In gesprekken met Bas Baalmans en Fred Hassert wordt duidelijk hoe deze technologische investering uit gaat groeien tot toepasbare innovatie voor de regio.
De AI-fabriek als Europees strategische infrastructuur
De AI-fabriek in Groningen is geen losstaand regionaal project, maar onderdeel van het Europese EuroHPC programma; een netwerk van zestien AI fabrieken. Dit netwerk is opgezet om Europa minder afhankelijk te maken van grote Amerikaanse en Chinese techbedrijven en om eigen kennis, data en rekenkracht binnen Europa te houden. Volgens Hassert draait het hierbij om digitale soevereiniteit: om de capaciteit te hebben om AI-ontwikkelingen zelf te organiseren zonder afhankelijkheid van de buitenlandse techbedrijven. Europa wil niet alleen bijblijven maar actief meespelen in de AI-ontwikkeling.
Door de fabriek in Groningen te vestigen, wordt Noord-Nederland onderdeel van dit Europees project. Dat betekent dat bedrijven en instellingen niet alleen toegang krijgen tot lokale infrastructuur, maar ook kunnen samenwerken met en gebruik maken van capaciteit uit andere Europese AI-fabrieken, bijvoorbeeld in Finland, Luxemburg en Spanje.
Wat is de AI-fabriek?
De AI-fabriek combineert twee kernelementen: een grootschalige supercomputer en een ondersteunend serviceteam. De supercomputer, door Baalmans beschreven als ‘veel, heel veel GPU’s’, zal ergens in of rond Groningen worden geplaatst. Deze infrastructuur maakt het mogelijk om modellen te trainen en complexe data-analyses uit te voeren. Naast deze technische infrastructuur vormt het expertiseteam de organisatie van de AI-fabriek. Dit team, bestaande uit vijftig experts, ondersteunt gebruikers bij het vertalen van problemen naar concrete projecten. Dit serviceteam zal worden gevestigd in het Niemeyercomplex in Groningen, dat moet uitgroeien tot een centrale ontmoetingsplek voor gebruikers van de AI-fabriek. De AI-fabriek moet niet alleen rekenkracht leveren maar moet ook functioneren als een verbindende schakel tussen vraag en expertise.
De rol van Samenwerking Noord
Binnen het consortium dat verantwoordelijk is voor de AI-fabriek, met partijen zoals SURF, TNO, en de AI Coalitie Nederland, is Samenwerking Noord de enige regionale partner. Het noorden heeft 60 miljoen euro geïnvesteerd in de AI-fabriek via het programma Nij Begun. Deze regionale investering is aangevuld met 70 miljoen euro vanuit het Rijk, afkomstig van zes ministeries en 71 miljoen euro vanuit Europese middelen. Samenwerking Noord is verantwoordelijk voor het zorgen dat bedrijven in Noord-Nederland daadwerkelijk gebruik maken van de instelling. Dat gebeurt door het ontwikkelen van calls en het begeleiden van bedrijven bij het indienen van projecten.
Voor wie is de AI-fabriek wel, en voor wie niet?
Een belangrijk punt dat Hassert benadrukt is dat de fabriek geen algemene IT voorziening is. Het gebruik van de fabriek vraagt om grote datasets, of vraagstukken met een duidelijke meerwaarde van zware rekenkracht. “Een paar spreadsheets op de AI-fabriek zetten heeft geen zin” zegt Hassert.
Dat betekent niet dat het MKB geen toegang krijgt tot de AI-fabriek. Integendeel; juist voor MKB’s met schaalbare vraagstukken kan de instelling een belangrijke rol spelen. De fabriek biedt namelijk juist meerwaarde wanneer modellen intensief moeten worden getraind of grote hoeveelheden data gelijktijdig moeten worden verwerkt. Het serviceteam helpt bedrijven bepalen of hun vraagstuk geschikt is, of dat een kleinere oplossing beter past.
Gereserveerde capaciteit voor ondernemers
Om te voorkomen dat de instelling uitsluitend door wetenschap en onderzoek wordt gebruikt, zijn duidelijke afspraken gemaakt over de verdeling van de rekenkracht. Van de totale Nederlandse capaciteit is 50 procent bestemd voor wetenschap en onderwijs, 45 procent voor ondernemers en 5 procent voor de overheid gereserveerd. Daarnaast is 23 procent van de totale capaciteit specifiek voor Noord-Nederland. Binnen deze regionale capaciteit geldt dezelfde verdeling: 50 procent voor wetenschap en onderwijs, 45 procent voor ondernemers en 5 procent voor de overheid. Deze verdeling wordt gecontroleerd door een Raad van Toezicht en door periodieke rapportages. Volgens Hassert is deze sturing essentieel; de percentages zijn geen doel op zich maar een middel om te garanderen dat de AI-fabriek ook daadwerkelijk bijdraagt aan de regionale economische ontwikkeling in Noord-Nederland. Dit moet voorkomen dat de instelling zich uitsluitend richt op academische toepassingen of nationale prioriteiten. Door expliciete capaciteitsafspraken te maken wordt gegarandeerd dat regionale bedrijven daadwerkelijk toegang krijgen tot de fabriek.
Wat kan dit betekenen voor jou als MKB - nu en over bijvoorbeeld 5 jaar in de toekomst?
Voor veel bedrijven lijkt kunstmatige intelligentie nog een abstract concept. Volgens Baalmans ligt de kracht van de AI-fabriek juist in het verkleinen van deze afstand. Voor het MKB betekent dit dat bedrijven toegang krijgen tot rekenkracht en expertise, maar vooral kennis en contacten die normaal gesproken minder toegankelijk zijn. Daarmee kan het MKB concurrerender worden op grotere schaal.
Op korte termijn betekent dit dat ondernemers niet hoeven te wachten tot de AI-fabriek volledig operationeel is. Via bestaande regionale ondersteuningsstructuren, zoals de Werkplaats Online Ondernemen (WOO), het Groningen Digital Business Center (GDBC) en de AI Hub Noord kunnen ondernemers nu al stappen zetten richting digitalisering en het toepassen van AI binnen hun bedrijf. Deze initiatieven kunnen gebruikt worden als voorbereiding op latere gebruik van de AI-fabriek zelf en verlagen ook de instapdrempel voor ondernemers zonder uitgebreide technische expertise.
Op de middellange termijn, binnen vijf jaar, biedt de AI-fabriek MKB-bedrijven de mogelijkheid om hun digitale toepassingen daadwerkelijk op te schalen. Door gebruik te maken van de fabriek kunnen bedrijven gezamenlijk of individueel werken aan vraagstukken zonder zelf te hoeven investeren in dure infrastructuur. Volgens Baalmans is de belangrijkste succesfactor dat Noord-Nederland daadwerkelijk profiteert van de komst van de fabriek.
Bas Baalmans: "De belangrijkste succesfactor is dat Noord-Nederland daadwerkelijk profiteert van de komst van de fabriek."
Wanneer is de AI-fabriek geslaagd?
Volgens Hassert ligt het echte succes van de AI-fabriek niet in de machine zelf, maar in het ecosysteem eromheen. Dat ecosysteem omvat startups, grote bedrijven, kennisinstellingen en meer waar de getrainde AI-modellen ook daadwerkelijk kunnen worden ingezet. Voor Fred Hassert is succes daarom breder dan technologische prestaties. De AI-fabriek is geslaagd als Noord-Nederland internationaal wordt erkend als serieuze AI-regio, als er nieuwe bedrijven ontstaan, als MKB’ers efficiënter kunnen werken en als ondernemers beter begrijpen wat AI voor hun bedrijf kan betekenen. Daarmee is de AI-fabriek een middel om groei economisch en innovatief te versterken.
WOO-Groningen wordt mede mogelijk gemaakt door Nationaal Programma Groningen.